Jung Coach
Jung Coach

Judas

Ik ben (helaas) ook een volgeling van dat slechte in opstand, dat niet buigende (Satan).

In mijn arrogantie vond ik mijn eigen kennis beter en heb mij op afstand gezet.

Ik heb altijd niet gebogen en daarom een volgeling van die, dat geweest.

 

In mij wonen er twee; allebei geliefd, maar 1 in opstand; twee broers; 1 echt.

Die ander heeft altijd gebogen, alleen ik zelf niet.

Ik manipuleer, bedrieg en lieg tegen de gehele mensenwereld,

alsom beter te passen en daardoor niet te worden afgewezen,

maar het  meeste van al, tegenover Jou mijn beter helft; mijn weder helft.

 

Ik ben bang te worden afgewezen door mijn zonden, ernaast zitten en daardoor imperfectie.

Tegen deze satan zeg ik: “zie mij buigen; ik bekleed mij met die anders weg.”

Tegen die Ander: “vergeef mij; Je zat altijd al naast me, ik heb Je niet willen kennen, omvat mij.”

“Vergeef mij, ik ben keer op keer geschrokken van Je perfecte handelen.”

“Leen mij iets van Je, alles van Jou is welkom, elke broodkruimel.”

 

13 05 2014

 

“Liefde is de wijn”, blz 126 ev.

    Er was eens een uiterst devote jongeman die nooit een gebed oversloeg. De duivel heeft natuurlijk een grote hekel aan dergelijke mensen. Hij probeerde steeds opnieuw de jongeman van het goede pad af te brengen, maar het lukte hem nooit.

    Er was een oude vrouw van wie werd gezegd dat ze haar eigen duivel in zich had. De vrouw kende de grote baas blijkbaar, want op een dag zei ze tegen de duivel: ”Ik weet dat je probeert om die jongeman van het goede pad af te brengen en ik zie dat je daar niet in slaagt. Als je het wilt, zal ik het voor je opknappen, tegen een kleine beloning.”

   “wat wil je hebben.” De duivel was bereid haar te geven wat ze maar vroeg.

   “Ik wil een paar rode schoenen hebben. Als jij mij een paar rode schoenen geeft, zal ik de jongeman van het goede pad afbrengen.”

   “Goed, dat is afgesproken.”

   De volgende avond kwam de vrome jongeman op weg naar het gebed langs de deur van het huis van de oude vrouw. De oude vrouw riep: ”oh, al mijn kippen zijn verdwenen. Ze moeten ergens op straat zijn. Jij ziet eruit als een vriendelijke jongeman die wel een goede daad voor een oude vrouw wil doen. Zou je mij alsjeblieft willen helpen mijn kippen terug te vinden.”

   De jongeman stemde toe. Hij hielp haar de kippen te vinden en joeg ze haar binnenplaats op. Toen hij dat gedaan had, zei ze: “Oh, wat ben jij een fantastische jongeman. Je gezicht straalt van licht! Je moet zo vroom zijn, zo geliefd door God, dat ik je nog om een gunst wil vragen. Mijn dochter is boven en ze is vreselijk ziek. Ik weet zeker dat als je naar boven gaat en voor haar bidt, zij beter zal worden. Zou je dat alsjeblieft willen doen.”

  De jongeman stemde toe en ging naar boven. Zodra hij de kamer van de dochter was binnengegaan, sloot de vrouw de deur achter hem en deed de deur van buiten op slot. In de kamer lag een heel mooie vrouw te slapen. De oude vrouw sprak door de deur: “Luister jongeman, je moet een van de volgende drie dingen doen. In de kamer staat een grote fles wijn en ook de baby van de vrouw slaapt in de kamer. Of je drinkt de wijn op of je vermoordt het kind of je pleegt overspel met de vrouw.”

  De jongeman werd met afschuw vervuld, maar hij wist dat hij in de val zat. “Dat kan ik niet doen! Ik ben een vroom mens. Ik heb mijn leven lang nog geen zonde begaan.”

   “In dat geval zal ik gaan schreeuwen. De buren zullen komen en ik zal ze vertellen dat jij jezelf met geweld toegang hebt verschaft tot mijn huis en dat je op het punt staat mijn dochter te verkrachten.

   Hij zei: “Nee, nee, doe dat niet.” De jongeman keek rond: moord, overspel of drinken. Drinken is de minste zonde en dus dronk hij de fles wijn leeg. Toen hij de wijn ophad, zag de vrouw er voor hem heel aantrekkelijk uit. Hij greep haar vast. Zodra hij op haar aanviel, begon de baby te huilen. Hij haalde uit naar het kind en vermoordde het.”

   De jongeman werd gepakt en opgehangen als een dronkaard die schuldig was aan de moord en overspel.

   Toen kwam de duivel en bond het paar schoenen aan een lange stok. Van grote afstand stak hij de stok naar de oude vrouw en zei: “Hier zijn je schoenen.” Zelfs de duivel wilde niet te dicht bij haar in de buurt komen!

   Nadat zij de schoenen van de duivel gekregen had, vroeg de vrouw de duivel om een gunst, want ze had hem een grote dienst bewezen voor slechts een paar schoenen. Ze zei: “Ik heb een buurvrouw die heel vroom is. Ze bezit twee koeien die iedere avond van het veld komen met hun uiers vol melk. Ze melkt de koeien en drinkt de melk op. Maar wat erger is: wat overblijft, geeft ze aan de armen. Ik wil dat je die twee koeien naar de afgrond leidt en ze over het randje duwt.”

   De duivel stelde voor: “In plaats van die twee koeien te doden, zal ik je twee koeien voor jezelf geven. Ik steel die twee koeien en geef ze aan jou. Dan kun je doen wat zijn doet, als je dat wilt.”

   Ze zei: “Nee, nee, ik wil geen koeien en ik wil ook niet dat zij er twee heeft.”